Voorbeelden van het gebruik van Het paar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het paar is geschilderd door Joachim von Sandrart.
Het paar heeft in Griekenland gewoond,
Het paar had een dochter.
Het paar heeft drie dochters.
Het paar heeft drie kinderen.
Het paar had drie kinderen:
Na hun huwelijksreis naar Italië vestigt het paar zich in Frankfurt am Main.
Maar het paar kon hun familie niet redden.
Om het huwelijk van het paar te redden?
Op het eeuwige geluk van het paar, zoals God in de hemel het bedoeld heeft.
Het paar wisselt geloften uit
Voor het paar dat alles al heeft.
Het paar dat het… kind van de geest heeft geadopteerd zijn daar.
We zijn niet het paar wat we gehoopt hadden.
Dan vliegt het paar naar Jamaica.
Na de plechtigheid ging het paar voor een korte huwelijksreis naar Sevilla.
Het paar dat in Madrid vermoord is.
We laten het paar zien als baby's.