Voorbeelden van het gebruik van Hoofdzuster in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben geen hoofdzuster meer.
Dat is jouw verdomde probleem nu, hoofdzuster.
Je bent geen hoofdzuster meer.
Ik ben zijn hoofdzuster.
Ja, hoofdzuster.
De hoofdzuster heeft me gestuurd voor een praatje.
De hoofdzuster heeft me gestuurd voor een praatje.
Ik ben zuster Braun, de hoofdzuster.
Breng het meteen naar de hoofdzuster.
Ik ben hoofdzuster.
Ik dacht dat je de hoofdzuster was.
Ik ga kapot zonder hoofdzuster.
Ze is hoofdzuster.
Ik wil jou als hoofdzuster in de kliniek.
Auto's interesseren me niet. Hij had niet naar mij moeten komen, maar naar de Hoofdzuster.
Geen zorgen, hoofdzuster.
Luisanna is de hoofdzuster.
Bent u de hoofdzuster?
Natuurlijk, hoofdzuster. Natuurlijk.
Vraag het de hoofdzuster.