Voorbeelden van het gebruik van Ik bellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Als het niet, zal ik bellen.
Volgende keer zal ik bellen.
moest ik bellen.
moest ik bellen.
Deze moest ik bellen.
Om 14:01 zal ik bellen.
Bij elk teken van problemen, zal ik bellen, oké?
Kan ik bellen?
Soms wil ik bellen… maar Alex heeft haar eigen leven.
Wie moet ik bellen om dit te stoppen?
Kan ik bellen?- Een woordenboek.
Een woordenboek. Kan ik bellen?
Moet ik haar bellen?
Zal ik iedereen bellen om weer te bekennen?
Moet ik bellen voor een afleiding?
Moet ik bellen als we'm vinden?
Wie moet ik bellen als mijn kind vermist is?
Kan ik bellen?
Zal ik bellen?
Mag ik bellen als ik ben geland?