Voorbeelden van het gebruik van Jaar ouder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze was maar één jaar ouder dan jij.
M'n zus is twee jaar ouder.
Anne was 15 en zij was een jaar ouder.
Ik ben 20 jaar ouder.
Jij bent een jaar ouder.
Hina is twee jaar ouder dan ik.
Ze is maar een jaar ouder dan Esther.
M'n vader was 25 jaar ouder dan ik.
Weer een jaar ouder.
Ze waren slechts drie jaar ouder dan ik.
Omdat ik weer een jaar ouder ben.
Hij was drie jaar ouder.
Anne was 15 en ze was een jaar ouder.
Ze noemde me meisje omdat ze 22 jaar ouder was.
Katherine. Ze is een jaar ouder dan ik.
Nu is ze twee jaar ouder.
Je bent een jaar ouder.
Ik ben een jaar ouder.
Ik moet toegeven dat ik me 60 jaar ouder voel.
Een jaar ouder.