Voorbeelden van het gebruik van Jaar ouder in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben drie jaar ouder dan jij. ONBEKEND.
Alweer een jaar ouder, alweer een jaar rijker.
In werkelijkheid is laatstgenoemde zes jaar ouder.
Ik ben drie jaar ouder dan jij. ONBEKEND.
Ze is een jaar ouder dan ik. Katherine.
Ze was eenentwintig en hij was dertig jaar ouder.
Hij was twee of drie jaar ouder.
Een jaar ouder dan haar zoon?
Ja meteen, over twee uur ben ik misschien twintig jaar ouder.
Ik ben maar 17 jaar ouder dan jij.
Ze zijn allemaal een jaar ouder dan ik.
Jaar ouder morgen wauw!
M'n vader was 25 jaar ouder dan ik.
Mijn kleine meisje is één jaar ouder.
En ik ben bijna dertig jaar ouder dan jij.
Ze is 'n jaar ouder.
Ik ben maar 16 jaar ouder dan jij.
Weer een jaar ouder.
Ik ben drie jaar ouder.
Je bent een jaar ouder.