KEER PER WEEK - vertaling in Duits

Mal pro Woche
keer per week
maal per week
eens per week
eenmaal per week
einmal pro Woche
eenmaal per week
keer per week
eens per week
één keer per week
éénmaal per week
wekelijks
een maal per week
einmal wöchentlich
eenmaal per week
wekelijks
keer per week
eens per week
één keer in de week
één maal per week
éénmaal per week
1x per week
microgram/kg
Mal wöchentlich
keer per week
oft pro Woche
keer per week
vaak per week
zweimal die Woche
twee keer per week
tweemaal per week
2 keer per week
twee maal per week
3mal in der Woche
dreimal die Woche
drie keer per week
3 keer per week
driemaal per week
2-mal die Woche
twee keer per week
1-mal in der Woche

Voorbeelden van het gebruik van Keer per week in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Een keer per week lezen we onze verhalen aan elkaar voor… en bespreken we ze grondig.
Und besprechen sie detailliert. Einmal wöchentlich lesen wir unsere fertigen Geschichten vor.
Hoeveel keer per week denken jullie dat wij het doen?
Wie oft pro Woche machen wir's wohl?
Krijgt u vier keer per week dialyse?
Sie müssen vier Mal pro Woche zur Dialyse?
Het wordt aanbevolen om de katten tijdens de behandelperiode twee keer per week te wassen.
Es wird empfohlen, die Katzen während der Behandlungsmethode zwei Mal wöchentlich zu baden.
Een paar keer per week.
Zweimal die Woche vielleicht.
Dus 1 frank 70… keer drie, drie keer per week en dan nog.
Denn 1,70 mal drei, dreimal die Woche und.
Keer per week, gedurende 3 jaar.
Seit 3 Jahren. 2-mal die Woche.
Een keer per week, vrees ik.
Einmal pro Woche, fürchte ich.
Hoeveel keer per week, hadden jij en Lance seks?
Wie oft pro Woche hatten Lance und Sie Sex?
Eén keer per week, moet ze haar vingers scheren, van hier tot hier.
Einmal wöchentlich muss sie die Finger von hier bis hier rasieren.
Ik help vier keer per week in het daklozencentrum.
Ich helfe vier Mal pro Woche bei den Obdachlosen aus.
tijdens de rui 2-3 keer per week.
bei abgesetzten Jungtauben und während der Mauser 2-3 mal wöchentlich.
Ik ga naar de AA een paar keer per week.
Ich geh zweimal die Woche zu den AA.
Ik moet ze een keer per week bijknippen.
Ich muss sie mindestens 1-mal in der Woche pflegen.
À 3 keer per week.
Eén keer per week.
Einmal pro Woche.
Hoeveel keer per week?
Wie oft pro Woche?
Als je gewoon twee of drie keer per week komt, nadat school sluit.
Kommen Sie zwei, drei Mal pro Woche nach Schulschluss her.
Een paar keer per week.
Mindestens ein-, 2-mal die Woche.
De Delftse Post wordt een keer per week bezorgd.
Das Hollenstedter Tageblatt wird einmal wöchentlich zugestellt.
Uitslagen: 743, Tijd: 0.068

Keer per week in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits