Voorbeelden van het gebruik van Kerstkaarten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kerstkaarten? Ik heb geleerd voor m'n examens?
Kerstkaarten? Twee koffie, alstublieft.
ik gebruik hem vooral voor Kerstkaarten en recepten.
Hallo, kerstkaarten.
Zijn oude werkdocumenten, maar ik gebruik hem vooral voor Kerstkaarten en recepten.
Of iets voor de noordpool? Late kerstkaarten?
Twee koffie, graag. Kerstkaarten?
Stuur ik je alleen nog maar gemene kerstkaarten. Over een uur.
Dan waren ze nog samen en kreeg ik kerstkaarten.
Wat maakt hij? Kerstkaarten?
Ik stuurde haar geen kerstkaarten of zo.
Waarom heb je geen kerstkaarten verzonden?
Vier de reden voor het seizoen met kerstkaarten.
Die gebruikte ik voor kerstkaarten en recepten.
Heb je dit jaar onze kerstkaarten ontvangen?
krijg ik dan twee kerstkaarten?
We verkopen kerstkaarten.
Ik zou dit jaar niet veel kerstkaarten verwachten.
We krijgen geen kerstkaarten.
Je hebt al die kerstkaarten gemaakt.