Voorbeelden van het gebruik van Kors in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Snij de korstjes eraf, net als in het Ritz.
De korstjes zitten hieronder.
Weet je waarom ik de korstjes van jou boterhammen af snij?
Snijd je ook de korstjes van zijn brood?
Ik heb de korstjes eraf gesneden.
En hij eet de korstjes niet als er zaden op zitten.
Perfidi… De korstjes zijn voor de Nutella-eekhoorntjes.
Nu zit ik korstjes met mayonaise te eten.
Pindakaas, geen korstjes.
Wil je de korstjes eraf?
geen rood, geen korstjes.
Mijne zonder korstjes.
Geen korstjes.
Zonder korstjes.
En Griff heeft al de korstjes van alle taarten opgegeten.
Ik lust geen korstjes.
Lust je geen korstjes?
Adam, jij wilde pindakaas zonder korstjes, Snickers en een Rolex.
Mama, ook geen korstjes.