Voorbeelden van het gebruik van Mijn woning in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Op dit moment verhuur ik mijn woning via.
Ze was in mijn woning.
Meneer Brémont komt mijn woning bekijken.
Waarom heb jij sleutels van mijn woning?
Het is niet eens mijn woning.
Wat doet u in mijn woning?
Dan moet je mijn woning eens zien.
Dit is niet mijn woning.
Maar wat ik u eigenlijk wil vragen is… hoe ie in mijn woning is gekomen?
In mijn woning, ja.
De politie houdt mijn woning in de gaten.
Uw hart is Mijn woning, heilig het voor Mijn nederdaling.
Kan Landlord voer mijn woning naar believen?
Rechercheur, deze vrouw heeft mijn woning. Je hebt het beloofd.
Natuurlijk gebruikt hij nu mijn woning, mijn slaapkamer, mijn bed.
Mijn woning staat leeg.
In mijn woning.
In mijn woning.
Ik heb een weeshuis hier in mijn woning.
Het gemiddelde aantal weken dat ik mijn woning verhuur per jaar is.