Voorbeelden van het gebruik van Noodplan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We hebben een noodplan nodig.
De bevoegde autoriteiten worden dan ook geacht zich aan hun noodplan te houden.
Dr Lillstrom moet een noodplan hebben gehad.
Ik was je noodplan.
We kunnen maar beter een noodplan bedenken.
We werken aan een noodplan.
We leerden zelfverdediging… en hebben een noodplan.
Er is altijd een noodplan.
Geen noodplan.
Heb je een noodplan?
Ik zal daarvoor een noodplan hebben.
Heb je geen noodplan?
We hebben een noodplan.
Als we Sara haar moordenaar niet op tijd kunnen vinden hebben we een noodplan nodig.
Stan heeft het noodplan ingezet.
Zij had zonder twijfel een noodplan.
Er is geen noodplan.
Daarom heb ik een noodplan.
Maar misschien zijn ziel wel. Ik zal daarvoor een noodplan hebben.
Een vroege waarschuwing van mogelijke problemen zou de uitvoering van een noodplan bevorderen.