Voorbeelden van het gebruik van Noor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Vertrouw nooit een Noor.
De ambassadeurs Sevaarin en Noor.
Het was een Noor.
Iemand schreef:‘Bravo, Noor.
Ik schaamde me om een Noor te zijn.
Dag, Noor.
Je arme Noor.
Saroo. Ik ben Noor.
Pardon. Jij bent een Noor, toch?
een bruiloft op Noor Mahal.
Wat fijn dat je de Noor hebt gevonden.
We gaan niet naar Noor Mahal.
Ze zeggen dat 't een Noor was.
Ik heb gehoord dat het een Noor was.
Ik weet niet wat een kruising tussen 'n Noor en 'n Zweed oplevert. Geweldig,?
Je hebt misschien over de opmerkelijke daden gelezen van een Noor genaamd Sigerson.
Eerst de Noor, dan junior.
Eerst de Noor, dan junior.
Met 8.19,2 was hij ruim twee seconden sneller dan de Noor.
Hij werd opgevolgd door de Noor Lars Nilsen.