Voorbeelden van het gebruik van Nor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ik je daar makkelijker kan bezoeken dan in de nor.
Je gaat de nor niet in.
Heb je Nor gevonden?
Dit is het culebra-gif uit de nor.
Ik zit in de nor.
Hotel Stege Nor heeft kamers met eigen badkamer.
anders vliegt u de nor in.
Bevrijd agent Short of terug de nor in.
Wan Nor werpt zichzelf wanhopig voor de bal.
En als ik geen $2 miljoen vind, vlieg ik de nor in.
Het was in de nor.
Je schetst wel een erg akelig beeld van Lord Nor.
Ik stop je echt niet in de nor.
Ik had je moeten laten rotten in de nor.
Lord Nor.
We moeten op tijd in de nor zijn.
Je kunt geen geld uitgeven in de nor.
Lord Nor.
Nee, omdat ik je broer beloofde dat ik je uit de nor zou houden.
Hij zit in de nor.