Voorbeelden van het gebruik van Nummertje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eerste nummertje?
Ze staan in de rij met hun nummertje alsof ze in de winkel staan.
Het is geen nummertje.
Trek een nummertje.
Nummer twee: Het conflict met de ex-vriendin.
Hij krijgt dezelfde nummers binnen op de gekloonde piepers.
Nummers 25-40, uw handen omhoog. Attentie!
Je hebt mijn nummer bij de Talon.
De nummers staan nog op de SIM kaart.
Eén van de nummers die Bashir gebeld heeft is een vaste lijn in Lahore.
Nummers zeven, acht en negen zijn eten….
Er staan nog nummers op de simkaart.
Het nummer van een vriend van me. Dank u, meneer.
Tussen de nummers twee en drie in het middelgewicht.
Ik belde beide nummers, vast en mobiel!
Ik heb je nummer in het motel.
Nummer vier, naar de linkerkant. God.
Ik heb nummers uitgewisseld. Wanneer precies?
Wat? Welk nummer ben jij?
Elk nummer en elk e-mailadres.