Voorbeelden van het gebruik van Opereer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik opereer haar, niet jij.
Opereer nooit een man met een pistool.
Ik opereer.
Waarom opereer je ze niet?
Wat nou? Ik opereer.
Het is al goed… maar de volgende keer dat ik jou opereer krijg jij niets, meneer.
Maar niet door mij, ik opereer niet.
Zoek je werk? Ik opereer.
Morgen opereer ik z'n hersens.
Morgen opereer ik z'n mitralisklep.
Als ik niet opereer, geef ik les.
Schiet je me neer als ik niet opereer?
Die man gaat dood als ik hem niet opereer.
Pegasus wil foto's maken terwijl ik opereer.
Jij werkt aan de nek terwijl ik opereer.
Ik moet het in je been steken als ik opereer.
Ik ben bang dat we ze beiden zullen verliezen als ik niet opereer.
Als u dat doet, opereer ik hem niet.
Lucas, ik opereer hersenen.
Fabio, opereer mijn oor.