Voorbeelden van het gebruik van Opvoeden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Opvoeden doet pijn aan m'n cerebellum.
Je moet veel ervaring hebben met opvoeden.
Ik wil Joanie samen opvoeden.
wil ik hem goed opvoeden.
Ik kan dat kind niet alleen opvoeden.
Ik kan hier geen baby opvoeden.
Opvoeden is een wrede zaak.
Ik wil onze kinderen opvoeden met verschillende mensen om ons heen.
Belangrijke dingen, zoals het opvoeden en beschermen van onze kinderen… zijn geen enkel punt.
Dit is een nieuwe manier van opvoeden.
Maar jij gaat m'n zoon opvoeden, hè?
Jij moet hem opvoeden.
Ze wilde het kind met hem opvoeden.
We zouden onze kinderen anders opvoeden dan wij zijn opgevoed.
Mijn familie zei,'Dakhir, je kunt je dochter niet alleen opvoeden.
Opvoeden is wreed.
Ik weet namelijk veel meer over opvoeden dan jij.
Er zijn geen universele regels voor het opvoeden van kinderen.
alleen twee kinderen opvoeden.
Lk kan 'm niet alleen opvoeden.