OPWARMEN - vertaling in Duits

aufwärmen
opwarmen
warming-up
warm
verwarmen
opwarming
op te warmen
oprakelen
warmlopen
voor je opwarm
worden opgewarmd
warm
opwarmen
hartelijk
lauw
opgewarmd
erwärmen
verwarmen
opwarmen
warm
verwarming
verhitting
smoorhi
te warmen
Erwärmung
opwarming
verwarming
verwarmen
opwarmen
aarde
verhitting
temperatuurstijging
opwarmingsproces
Aufheizen
opwarmen
verwarmen
verwarming
opwarming
verhitten
erhitzen
verwarmen
verhitting
verwarming
verhitten
opwarmen
verhit
machen
doen
maken
gaan
nemen
geven
zetten
zijn
waardoor
warmlaufen
opwarmen
warmmachen
opwarmen
Aufwärmphase
opwarmen
warm-up

Voorbeelden van het gebruik van Opwarmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Maar ik kan een uitlaat opwarmen. Ik heb geen kruik… Een aspirine?
Ich habe keine Wärmeflasche, aber ich kann einen Schalldämpfer erhitzen. Aspirin?
Ik ga de auto opwarmen.
Ich lasse den Wagen warmlaufen.
je moet de olie licht opwarmen.
Sie müssen das Öl leicht erwärmen.
Ik ging een flesje opwarmen.
Ich wollte ein Fläschchen machen.
Ik zal dat even opwarmen.
Ich mach's noch mal warm.
Ik kan wat opwarmen.
Ich kann was aufwärmen.
Ik kan de restjes opwarmen, maar er is ook pizza.
Oder du nimmst dir eine Pizza Ich kann noch ein paar Reste warmmachen, bevor ich gehe.
Als we je niet opwarmen, ga je dood.
Wenn wir Sie nicht aufheizen, werden Sie sterben.
We gaan de pan opwarmen om de wonden te stoppen met bloeden. Oké.
Ok. Wir erhitzen die Pfanne, brennen die Wunde aus und stillen die Blutung.
Ik ga de wagen opwarmen.
Ich lasse das Auto warmlaufen.
Stralingswarmte is niet afhankelijk van het opwarmen van de lucht.
Es wird kein Erdgas zur Erwärmung der Luft gebraucht.
Deze pomp kan het water opwarmen tot maximaal vijftig graden.
Diese Pumpe kann das Wasser bis auf höchstens 50 Grad erwärmen.
Dat zal me opwarmen.
Dabei wird mir warm.
Zullen we die ketel opwarmen.
Lass uns Feuer im Kessel machen.
We moeten je alleen opwarmen.
Wir müssen dich nur aufwärmen.
Zal ik het voor je opwarmen? Melk.- Ja?
Ja.- Milch.- Soll ich sie dir warmmachen?
Laten we ze opwarmen in de magnetron.
Wir erhitzen es in der Mikrowelle.
Wat dat doet, is het vergrendelen van de voorremmen, Dus kan ik nu mijn banden opwarmen.
Dadurch werden die Vorderbremsen blockiert, und ich kann meine Reifen aufheizen.
Er zijn vele soorten otitis media waarin indiceerd opwarmen.
Es gibt viele Arten von Otitis media in dem kontra Erwärmung.
Koud om te beginnen, maar je kunt het opwarmen met warm water.
Zu Beginn kalt, aber Sie können es mit warmem Wasser erwärmen.
Uitslagen: 482, Tijd: 0.0639

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits