Voorbeelden van het gebruik van Opwarmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hier. Kom hier. Laat mij jou opwarmen.
Ik zal hem wat soep opwarmen.
Laten we je een beetje opwarmen, huh?
Zijn organen stoppen ermee als we hem niet snel opwarmen.
Ik kan beneden wat water opwarmen voor een bad.
Dus de hitte zal het ijs ook doen smelten en het water verder opwarmen.
Nooit met kunstmatige middelen opwarmen.
Eventjes de dansschoenen opwarmen.
Giet kokend water over groenten en laat ze 15-20 minuten opwarmen.
Als we geen onderdak zoeken en ons opwarmen. Gaan we allebei dood.
Ik ga wat melk opwarmen.
Ik zal wat bouillon opwarmen.
Moet ik iets voor je opwarmen?
Lk zal wat opwarmen.
zijn uitermate gevaarlijk wanneer ze opwarmen.
Zal ik wat pizza opwarmen?
dus opwarmen en veel strek oefeningen.
Kan ik wat opwarmen.
Wij gingen zitten en ons opwarmen.
Dat zou haar opwarmen.