OPWARMEN - vertaling in Spaans

calentar
verwarmen
opwarmen
op te warmen
warm
verhit
warming-up
verhitting
worden opgewarmd
warmte
worden verhit
calentamiento
opwarming
verwarming
warming-up
verwarmen
verhitting
opwarmen
aarde
verhitten
opwarmtijd
heating
calor
warmte
hitte
warm
heat
verwarming
om warmte
heet
se caliente
warm
opwarmt
op te warmen
opgewarmd
wordt verwarmd
heet
verhit
te verhitten
calentando
verwarmen
opwarmen
op te warmen
warm
verhit
warming-up
verhitting
worden opgewarmd
warmte
worden verhit
calienta
verwarmen
opwarmen
op te warmen
warm
verhit
warming-up
verhitting
worden opgewarmd
warmte
worden verhit
calientan
verwarmen
opwarmen
op te warmen
warm
verhit
warming-up
verhitting
worden opgewarmd
warmte
worden verhit

Voorbeelden van het gebruik van Opwarmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Hier. Kom hier. Laat mij jou opwarmen.
Ven aquí, te calentaré.
Ik zal hem wat soep opwarmen.
Yo le caliento un poco de sopa.
Laten we je een beetje opwarmen, huh?
Y así te calentamos un poco,¿sí?
Zijn organen stoppen ermee als we hem niet snel opwarmen.
Sus órganos van a cerrar si nosotros no lo calentamos pronto.
Ik kan beneden wat water opwarmen voor een bad.
Si quieres voy abajo y caliento agua para que te des un baño.
Dus de hitte zal het ijs ook doen smelten en het water verder opwarmen.
Por tanto, el calor derretirá el hielo también y calentará el agua.
Nooit met kunstmatige middelen opwarmen.
No lo caliente nunca con medios artificiales.
Eventjes de dansschoenen opwarmen.
Calentemos los zapatos de baile.
Giet kokend water over groenten en laat ze 15-20 minuten opwarmen.
Vierta el agua hirviendo sobre las verduras y deje que se calienten durante 15-20 minutos.
Als we geen onderdak zoeken en ons opwarmen. Gaan we allebei dood.
Mira, si no encontramos refugio y nos calentamos, ambos moriremos.
Ik ga wat melk opwarmen.
Calentaré un poco de leche.
Ik zal wat bouillon opwarmen.
Entrad.- Calentaré algo de caldo.
Moet ik iets voor je opwarmen?
¿Tienes hambre? Te calentaré algo?
Lk zal wat opwarmen.
Te calentaré un poco.
zijn uitermate gevaarlijk wanneer ze opwarmen.
serán extraordinariamente peligrosos cuando se calienten.
Zal ik wat pizza opwarmen?
¿Te caliento algo de pizza?
dus opwarmen en veel strek oefeningen.
así que calentemos, estiren mucho.
Kan ik wat opwarmen.
Así me caliento.
Wij gingen zitten en ons opwarmen.
Nos sentamos y nos calentamos.
Dat zou haar opwarmen.
Eso seguro la calentará.
Uitslagen: 1421, Tijd: 0.0878

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans