Voorbeelden van het gebruik van Orgelbouwer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het was het grootste orgel van die orgelbouwer.
In 1720 werd hij zelfstandig orgelbouwer.
Belgisch orgelbouwer.
In Steyr werkte hij eveneens als orgelbouwer.
Ook Johannes' zoon, Jacobus Vollebregt, was intussen als orgelbouwer actief.
De orgelbouwer Ernst Julius Marx bouwde in 1787 het eerste orgel voor de Franse kerk.
is een Oost-Friese orgelbouwer, die zich onderscheidde met de restauratie van historische orgels en zich tegenwoordig eveneens
Als orgelbouwer wordt Müller voor het eerst in 1760 genoemd als gezel van Johann Hinrich Klapmeyer,
Het instrument werd in 1838 door de orgelbouwer Johann Gottfried Rohlfs uit Esens
Het orgel werd in de jaren 2000-2003 door de orgelbouwer Alexander Schuke uit Potsdam gerestaureerd respectievelijk geconstrueerd.
ook orgelbouwer werd.
De renovatiewerkzaamheden werden afgesloten met de inbouw van een nieuw orgel door de orgelbouwer Hillebrand.
Het grote orgel van de Martinuskerk werd in 1964 door de orgelbouwer Werner Bosch uit Kassel gebouwd.
Het orgel van de Mariakerk werd in 1984 door de orgelbouwer Siegfried Schuster uit Zittau gebouwd.
Voor de bouw van een nieuw orgel werd inmiddels gekozen voor een ontwerp van de orgelbouwer Seifert te Kevelaer.
Jehle werd geboren als enige zoon van de orgelbouwer, componist, koorleider
Het huidige orgel werd in 1996 gebouwd door de Zwitserse orgelbouwer Kuhn in samenwerking met de orgelbouwer Klais en Rieger.
Het orgel werd in 1972 door de orgelbouwer Alfred Führer gebouwd en beschikt over 52 registers.
Het jaar daarop werd orgelbouwer Carl Mauracher uit het Zillertal naar Oberndorf gestuurd om het orgel te bekijken waarom dat legendarisch was,