PRIK - vertaling in Duits

Spritze
spuit
injectiespuit
injectie
naald
prik
doseerspuit
injectienaald
injecteer
tuinspuit
spuitjes
stechen
steken
prikken
barrage
steek
doorboren
neersteken
porren
Limo
frisdrank
limonade
fris
limousine
soda
frisdrankje
te drinken
kool-aid
dew
Impfung
vaccinatie
inenting
vaccin
immunisatie
dosis
toediening
injectie
vaccineren
inoculatie
durchstechen
doorboren
prik
prikken
piercen
doorprikken
geimpft
vaccineren
vaccinatie
inenten
vaccineer
ingeënt
een vaccin
enten
prik
Prick
Kohlensäure
koolzuur
bubbels
prik
koolzuurhoudend
pieks
prik
steek
steche
steken
prikken
barrage
steek
doorboren
neersteken
porren
Spritzen
spuit
injectiespuit
injectie
naald
prik
doseerspuit
injectienaald
injecteer
tuinspuit
spuitjes
stich
steken
prikken
barrage
steek
doorboren
neersteken
porren

Voorbeelden van het gebruik van Prik in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Het heeft hoge sterkte en krachtige prik weerstand vermogen.
Es hat hohe Festigkeit und leistungsstarke stechen Widerstand Fähigkeit.
Toe, ik wil geen prik.
Bitte, keine Spritze.
Krijgt zij mijn prik?
Sie geben ihr meine Impfung?
Begrepen. Als ik er toch ben, wilt u wat prik?
Wenn ich schon mal dort bin… Wollen Sie eine Limo? Verstanden?
Gewoon een prik, oké? Ja?
Ja. Ist nur ein Pieks, ok?
Geen prik. Ik wil niet boeren tijdens de uitzending.
Ohne Kohlensäure, damit ich nicht rülpsen muss.
Mama krijgt ook een prik.
Mami bekommt auch eine Spritze.
Net of ik in een schuimpje prik.
Da kann man ja gleich in ein Baiser stechen.
Mam pap, Ik wil meer prik.
Mom, Dad, ich brauche mehr Limo.
Kan je me die prik gewoon geven?
Geben Sie mir endlich die Impfung?
Niet zonder prik.
Nicht ohne Kohlensäure.
Ja. Gewoon een prik, oké?
Ja. Ist nur ein Pieks, ok?
We kregen een prik.
Wir bekamen eine Spritze.
Geef je haar nu mijn prik?
Moment, Sie geben ihr meine Impfung?
Ik wil prik.
Ich will eine Limo!
Prik ze daar maar mee.
Steche sie damit.
Je moet haar een prik geven.
Du musst ihr eine Spritze geben.
Een kleine naald- prik!
Eine kleine Nadel- pieks!
komt niemand z'n prik halen.
kommt sich keiner seine Impfung abholen.
Mam zegt, dat prik gif is.
Mum sagt, Limo ist Gift.
Uitslagen: 192, Tijd: 0.076

Prik in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits