Voorbeelden van het gebruik van Prik in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Prik hem nogmaals.
Prik haar met een veiligheidsspeld.
Prik in het vlees met een mesje.
Prik met een vork gaatjes in het bladerdeeg.
Prik op een doordeweekse dag?
Ik ga je een prik geven.
Prik de kers en win een prijs.
Prik twee gaten in beide zijden van het ooglapje, aan de bovenkant.
Prik een gat in het midden van elk wiel.
Prik die maar achter in zijn nek. Daar.
Waarom jongens een prik voor baarmoederhalskanker nodig hebben.
Prik jezelf er niet mee.
Prik die ballon maar door als je wilt.
warme prik.
Geef me gewoon een prik.
Magnetron: Prik gaatjes in de folie.
Prik ballons stuk, snijd vliegers los
InsuJet™ versus prik met naald in 30 seconden.
Prik de Goozim met een stok.
Waarom jongens een prik voor baarmoederhalskanker nodig hebben.