RENDEZ-VOUS - vertaling in Duits

Rendezvous
afspraakje
rendez-vous
date
ontmoeting
onderonsje
Treffpunkt
ontmoetingsplaats
ontmoetingsplek
ontmoetingspunt
trefpunt
plek
locatie
rendez-vous
verzamelplaats
verzamelpunt
ontmoeting
Treffen
ontmoeten
ontmoeting
nemen
bijeenkomst
vergadering
zien
raken
afspraak
spreken
maken
Rendez-vous
afspraakje
Stelldichein
rendez-vous
afspraakje

Voorbeelden van het gebruik van Rendez-vous in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik heb het bevel gegeven voor een luchtaanval, voordat die rendez-vous plaats kan vinden.
Ich habe einen Luftangriff auf diese Ölplattform veranlasst bevor das Treffen stattfinden kann.
Waar neemt die vuilniskar je mee naartoe? Dit is het rendez-vous.
Wohin bringt euch diese Müllgondel? Das ist der Treffpunkt.
Europees rendez-vous in Cannes.
Europäisches Rendezvous in Cannes.
Het is tijd haar offline te halen en te vertrekken voordat we ons rendez-vous missen.
Ziehen wir ihren Stecker raus, bevor wir unser Treffen verpassen.
We moeten naar de rendez-vous.
Wir sollten zum Treffpunkt.
Over twee minuten, rendez-vous.
Rendezvous in 2 Minuten.
We waren onderweg naar het rendez-vous.
Wir waren unterwegs zum Treffpunkt.
Brody kwam niet eens opdagen voor het rendez-vous.
Brody ist nicht mal zum Treffen erschienen.
Bèta team naar rendez-vous.
Beta-Team zum Rendezvous.
Ga meteen naar rendez-vous Zwaan.
Fahr direkt zum Treffpunkt Schwan.
Dat hij degene was die deze rendez-vous voorstelde?
Er war derjenige, der dieses Rendezvous vorgeschlagen hat?
We zijn bij rendez-vous.
Wir sind am Treffpunkt.
Gezelligheid en warme sfeer zullen op het rendez-vous zijn.
Geselligkeit und warme Atmosphäre werden auf dem Rendezvous sein.
Daar is ons rendez-vous.
Das ist unser Treffpunkt.
mijn vriend heb een rendez-vous.
mein Freund… hast ein Rendezvous.
Lk ben op het rendez-vous.
Ich bin am Treffpunkt.
Ze had al haar rendez-vous in hetzelfde hotel.
Sie hatte alle ihre Rendezvous im selben Hotel.
Als we elkaar kwijtraken, rendez-vous op de verharde weg!
Wenn wir getrennt werden, was der Fall ist: Treffpunkt am Damm!
Rescue, lukt het rendez-vous zonder boordcomputer?
Rescue, schaffen Sie das Rendezvous ohne Computer?
Deel drie: De rendez-vous.
Teil 3: Der Treffpunkt.
Uitslagen: 135, Tijd: 0.0792

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits