Voorbeelden van het gebruik van Rendez-vous in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb het bevel gegeven voor een luchtaanval, voordat die rendez-vous plaats kan vinden.
Waar neemt die vuilniskar je mee naartoe? Dit is het rendez-vous.
Europees rendez-vous in Cannes.
Het is tijd haar offline te halen en te vertrekken voordat we ons rendez-vous missen.
We moeten naar de rendez-vous.
Over twee minuten, rendez-vous.
We waren onderweg naar het rendez-vous.
Brody kwam niet eens opdagen voor het rendez-vous.
Bèta team naar rendez-vous.
Ga meteen naar rendez-vous Zwaan.
Dat hij degene was die deze rendez-vous voorstelde?
We zijn bij rendez-vous.
Gezelligheid en warme sfeer zullen op het rendez-vous zijn.
Daar is ons rendez-vous.
mijn vriend heb een rendez-vous.
Lk ben op het rendez-vous.
Ze had al haar rendez-vous in hetzelfde hotel.
Als we elkaar kwijtraken, rendez-vous op de verharde weg!
Rescue, lukt het rendez-vous zonder boordcomputer?
Deel drie: De rendez-vous.