Voorbeelden van het gebruik van Roeien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar we moeten in dezelfde richting roeien.
Zou je moeten roeien, heb je een motor nodig?
Mama, alsjeblieft. -Hij wilde niet roeien.
Roeien.- Waarheen?
We kunnen pas in het droogteseizoen stroomopwaarts roeien.
Roeien. Het is de enige hoop!
Carmelita, we roeien al uren.
Roeien. Wat moeten we nu?
Ik kan net zo goed met mama roeien.
Roeien! Je hebt Mr. Starbuck, gehoord toch?
Ze vroeg niet of ik kon roeien.
Roeien, niet stoppen!
Ga zitten en roeien.
Blijf roeien.
Bénédicte gebruikte hem om de boot te vervoeren als we gingen roeien.
Kom op. Roeien.
Weg.-Ik kan roeien.
Je dochter doet dat altijd roeien in Yale?
Ik kan het. Ik kan roeien.
Abigail, Russell, jullie roeien als eerste.