Voorbeelden van het gebruik van Rookten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We rookten wat wiet, we rookten wat hasj.
We rookten wiet en zaten uren voor de winkel op de hoek.
Wij reden, rookten wiet.
Ze dronken en rookten freebase-cocaïne.
Sommigen rookten wiet, maar onze politie stond machteloos.
We rookten soms een beetje wiet.
Toen rookten we allebei nog.
Ze rookten altijd samen of blowden wat.
We maakten lol, rookten wiet.
We rookten. Wat?
We rolden het op en rookten er van.
Als God niet wilde dat ballerina's rookten, waarom kan ik dan dit?
Ik kende een paar gasten op de middelbare, die echt de hele tijd crack rookten.
En we rookten samen. Dus hij kocht chocolade sigaretjes voor me.
ik voor het eerst wiet rookten.
De Oude Romeinen rookten valse wiet op de luchthaven van Dubai?
We rolden het op en rookten er van.
We rookten het vlees altijd.
Hij kwam langs We rookten een beetje.
Ik praatte, wij dronken soda wodka en rookten hasj.