Voorbeelden van het gebruik van Rookten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dacht je dat wij rookten?
Nee, ze rookten samen alleen meth.
Tegen die tijd rookten we marihuana als ontbijt.
Hij beroerde de heuvelen en zij rookten.
De Franse verzetsstrijders rookten ze, denk ik.
Schone kamer, maar sommige klanten rookten cannabis.
We rookten wat wiet, we rookten wat hasj.
We rookten wiet. Nee.
Ze dacht dat jullie wiet rookten.
Ik dacht dat je vrienden rookten.
We rookten een joint op de parkeerplaats.
Enkele kinderen rookten wiet.
We rookten en spraken tot bijna twee uur.
Ze dacht dat jullie wiet rookten.
We dronken en rookten samen.
Wij reden, rookten wiet.
Uw zoon en drie klasgenoten rookten marihuana achter de garages.
En daarmee bedoel ik dat we echt rookten.
Alle oude zwart wit acteurs rookten.
Ik zeg wel dat ze op de WC rookten.