Voorbeelden van het gebruik van Samenwonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nu we samenwonen is het anders.
We wisten allebei dat we wilden samenwonen en weg wilden bij onze ouders.
Geloofde je niet dat ik met je wilde samenwonen?
dat we zullen samenwonen.
Dat bewijst dat ze niet samenwonen.
Ooit zullen we samenwonen.
Klinkt als samenwonen met Meredith.
Wat? Zij wil niet met Leonard samenwonen, dus moet hij hier weer komen wonen.
Goed, als wij gaan samenwonen, hebben we huisregels nodig.
Ze denkt dat we homo"s zijn omdat we samenwonen.
We kunnen samenwonen.
Als je nog niet met mij wilt samenwonen, is het.
Ted, wil je samenwonen met Robin?
Ik wil met je samenwonen.
We kunnen niet samenwonen.
Ik kan niet samenwonen met zo'n saaie gast.
Ik wil niet samenwonen met iemand die niet weet wat vriendschap is.
We kunnen samenwonen.
Het is nog steeds logisch dat we allemaal samenwonen.
Ik wil echt heel graag met Haley samenwonen.