SAMENWONEN - vertaling in Frans

vivre ensemble
samen leven
samenleven
samenwonen
samen wonen
het samenleven
samen-leven
beleef samen
vivre
leven
wonen
ervaren
live
samenleven
overleven
samenwonen
meemaken
cohabitation
samenwoning
samenleving
samenwoonst
samenwonen
samenleven
coëxistentie
cohabitatie
samenwoningsverband
co-existentie
van samenwonen
cohabiter
samenwonen
samenleven
samen te wonen
naast elkaar
samen
emménager ensemble
samenwonen
samen gaan wonen
cohabitent
samenwonen
samenleven
samen te wonen
naast elkaar
samen
habiter ensemble
samenwonen
samen bewonen
s'installer ensemble
cohabitants
samenwonende
samenwoner
de samenwonende
hij samenleeft
vivent ensemble
samen leven
samenleven
samenwonen
samen wonen
het samenleven
samen-leven
beleef samen
vit ensemble
samen leven
samenleven
samenwonen
samen wonen
het samenleven
samen-leven
beleef samen
vivent
leven
wonen
ervaren
live
samenleven
overleven
samenwonen
meemaken
vivant
leven
wonen
ervaren
live
samenleven
overleven
samenwonen
meemaken
cohabitations
samenwoning
samenleving
samenwoonst
samenwonen
samenleven
coëxistentie
cohabitatie
samenwoningsverband
co-existentie
van samenwonen
vivez ensemble
samen leven
samenleven
samenwonen
samen wonen
het samenleven
samen-leven
beleef samen
cohabitant
samenwonen
samenleven
samen te wonen
naast elkaar
samen

Voorbeelden van het gebruik van Samenwonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Onder" samenwonen" wordt verstaan.
Par"cohabiter" on entend.
Oh, jullie gaan samenwonen?
Oh, vous allez emménager ensemble?
Dat is geen plek waar we kunnen samenwonen.
Ce n'est pas un lieu où on pourrait vivre ensemble.
Ze wilde met hem samenwonen.
Elle voulait vivre avec lui.
Denk je dat ze niet gaan samenwonen?
Tu crois qu'ils vont pas s'installer ensemble?
We gaan deze maand samenwonen voor studiedoeleinden.
On va habiter ensemble pendant un mois pour que je l'observe.
Zo kan je bijvoorbeeld wettelijk samenwonen met een familielid of vriendin.
Vous pouvez par exemple cohabiter légalement avec un membre de la famille ou un ami.
Mythe 5: Paren die samenwonen voor het huwelijk zijn beter voorbereid.
Mythe 5: Les couples qui vivent ensemble avant le mariage sont mieux préparés.
De verklaring voor wettelijk samenwonen werd ingevoerd in 2000.
La déclaration de cohabitation légale a fait son apparition en 2000.
We gaan alleen maar samenwonen.
On va juste emménager ensemble.
Je weet totaal niet wat samenwonen inhoudt.
Tu ne sais rien à rien de ce que signifie vivre ensemble.
Isabelle ging met een man samenwonen in die periode.
Isabelle est partie vivre avec un homme a la meme epoque.
We gaan samenwonen.
On va s'installer ensemble.
Dat wij samenwonen, maar ook weer niet echt samenwonen.
On vit ensemble mais sans vraiment vivre ensemble.
Ik dacht zojuist een een regeling… samenwonen.
Je pensais justement à un arrangement… cohabiter.
Zonder jou zijn we gewoon drie idioten die samenwonen.
Sans toi, nous ne sommes que trois idiots qui vivent ensemble.
Voordeel: je geniet meer vrijheid dan bij andere vormen van samenwonen.
Avantage: vous bénéficiez d'une plus grande liberté qu'avec les autres formes de cohabitation.
Trouwens, Jamie en ik gaan samenwonen.
Au fait, moi et Jamie allons emménager ensemble.
Ze wil weer met haar zoon samenwonen net als dertig jaar geleden.
Elle désire vivre avec son fils comme il y a 30 ans.
Omdat we gaan samenwonen.
Parce qu'on va vivre ensemble.
Uitslagen: 309, Tijd: 0.0773

Samenwonen in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Frans