Voorbeelden van het gebruik van Samenwonen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Onder" samenwonen" wordt verstaan.
Oh, jullie gaan samenwonen?
Dat is geen plek waar we kunnen samenwonen.
Ze wilde met hem samenwonen.
Denk je dat ze niet gaan samenwonen?
We gaan deze maand samenwonen voor studiedoeleinden.
Zo kan je bijvoorbeeld wettelijk samenwonen met een familielid of vriendin.
Mythe 5: Paren die samenwonen voor het huwelijk zijn beter voorbereid.
De verklaring voor wettelijk samenwonen werd ingevoerd in 2000.
We gaan alleen maar samenwonen.
Je weet totaal niet wat samenwonen inhoudt.
Isabelle ging met een man samenwonen in die periode.
We gaan samenwonen.
Dat wij samenwonen, maar ook weer niet echt samenwonen.
Ik dacht zojuist een een regeling… samenwonen.
Zonder jou zijn we gewoon drie idioten die samenwonen.
Voordeel: je geniet meer vrijheid dan bij andere vormen van samenwonen.
Trouwens, Jamie en ik gaan samenwonen.
Ze wil weer met haar zoon samenwonen net als dertig jaar geleden.
Omdat we gaan samenwonen.