Voorbeelden van het gebruik van Saus in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De saus moet gezeefd worden.
De saus kan bijvoorbeeld fruitsmaak, karamel of chocolade zijn.
Deze is van jou. Twee soorten saus op een boterham met spek?
Geen bonen of saus.
Meer maïs. Meer saus.
Afgemaakt met een pittige saus, verse groenten en kruiden.
Mijn moeder maakte vroeger de saus zelf.
Ik vind saus smerig.
En hij had saus in zijn baard.
Hier moet groene saus op.
Dat kan ze niet als ze denkt dat jij haar saus verpest!
Het recept stelen van m'n geheime pikante saus?
Ik een burger, medium, met tomaat, zonder ketchup… zonder mayo, helemaal geen saus.
Maar alleen de vrouw in het blauw heeft saus.
Voor de saus.
Satans achterwerk retehete saus.
Niet genoeg… Niet genoeg saus?
Zonder saus.
Waarom heb je haar over de saus verteld?
Ik maak een saus die we'luxe saus' noemen.