Voorbeelden van het gebruik van Simón in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn naam is Simón.
Ik wil Simón terug.
Simón heeft het allemaal verzonnen.
Doe het voor mij, Simón.
Goedemorgen. Waar is Simón?
Alstublieft, laat het niet Simón zijn!
Simón maakte ons sterk, Carlos.
Hoe zit het met Simón?
Zelfs geen parkeerboetes. Simón?
Nee, ik ben hier voor Simón.
Simón Bolívar werd de eerste president van Colombia.
Geef het terug als we Simón hebben gevonden.
Simón, einde gang, de deur links.
James en Simón brengen de route in kaart.
Op een dag verdwijnt Simón spoorloos.
Ik wil met Simón zijn, begrijp je dat?
Ben je zeker dat het hier was? Simón.
De berg is vernoemd naar de nationale held Simón Bolívar.
Een bekend leider van de onafhankelijkheid was Simón Bolívar.
Pardon? Simón, de persoon die me bracht?