Voorbeelden van het gebruik van Slaapmiddel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb jij m'n moeder een slaapmiddel gegeven?
Ik had een slaapmiddel nodig.
Een dubbele dosis van een slaapmiddel van Mr Bakewell.
Ik hoef geen slaapmiddel.
Dit is een sterk slaapmiddel.
Geef hem slaapmiddel.
Ik heb een slaapmiddel genomen.
Ik moet vitaminen gaan slikken of geen slaapmiddel meer nemen.
Neem desnoods een slaapmiddel.
Hij drinkt niet en hij slaapt zonder slaapmiddel.
Je vertrouwt Zoe, toch? Slaapmiddel.
Dit is een sterk slaapmiddel.
Neem zo nodig een slaapmiddel.
Dit is een slaapmiddel.
Je hebt slaapmiddel gekregen.
Lk heb een slaapmiddel genomen.
Heb je 't slaapmiddel geslikt?
Ze vroeg om een slaapmiddel.
Heb je hem het slaapmiddel gegeven?
Wat? Dit is dat slaapmiddel.