Voorbeelden van het gebruik van Staartje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat is een Staartje?
Weet je wat een Staartje is?
Het is mijn schuld dat het Staartje kon ontsnappen.
Luistert u naar een Staartje?
Het staartje is zeer klein.
Dit is het staartje van jouw ellende.
Heb jij hem een staartje gegeven?
Hoe gaat het met staartje?
Witte vacht, staartje, vlinderstrik.
Je weet hoe een Staartje een overlijden gedenkt,?
Een Staartje?
Dit krijgt nog een staartje.
Je hebt wat je wilde, Staartje. Bret.
Ze wapperde met haar staartje!
Toen ik zo oud was als jij, had ik een staartje en verkocht ik m'n bloed. Ja.
nek en staartje zijn naar de romp toe gebogen.
een B met een staartje… en dan een dikke vis.
En er is dan nog een staartje, en daarover rapporteert de commissaris over enkele weken.
De dader was een man in een tanktop, staartje en een oorbel in zijn linkeroor.
Ze hebben de staart opgegeten en zijn gestorven aan botulisme.