Voorbeelden van het gebruik van Stationcar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De stationcar. Die blauwe ramp.
Is die rode stationcar van jullie?
Waarom neem je de stationcar niet?
Eruit.- Koop zelf maar een stationcar.
God, laat me die groene stationcar vinden.
Hij heeft een lichtblauwe Volvo stationcar.
De stationcar.- Daar gaat m'n reputatie.
Hebben mam en Kyle de stationcar nog?
Ze pasten in de stationcar?
Is die Oldsmobile stationcar in de oprit uw eigendom?
De stationcar? Dat barrel heeft hij voor mij gekocht?
Hij heeft een Volvo stationcar en een bril met gouden montuur.
Z'n stationcar is niet meer gezien… sinds Olav aangereden werd.
Een stationcar, hè? Je bent zeker populair bij de meiden, met zo'n auto.
Roadster en driedeurs stationcar.
Dus spring in de camper, de stationcar of de auto voor een gratis kennismaking met ons recreatiepark.
En er staat een stationcar erop geparkeerd. Er is maar één weg uit het riool, maar het mangat is dicht.
Ik heb zelf enkele jaren geleden een oude Citroën stationcar meegenomen naar Finland
het is een kleine minibus of grote stationcar en is geintroduceerd in 1996.
De stationcar en de sedan waren verkrijgbaar in de uitvoeringen Deluxe en Superluxe.