Voorbeelden van het gebruik van Stokoud in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dit ding is stokoud.
Die vent is stokoud.
Ik ben gewoon stokoud.
Hij is gewoon stokoud.
Hij is stokoud.
Ja, voor deze gasten was ik stokoud.
Hij was stokoud.
Hij is stokoud.
Omdat ik stokoud ben.- Waarom?
Was hij stokoud. Toen hij zo oud was
Het is 'n stokoud wezen dat wij spinnen meer vrezen dan wat ook.
Niet zo'n stokoud foldertje.
Ik ben stokoud.
Deze onderdelen zijn stokoud.
En jij ziet er stokoud uit. Dus vergeet het maar.
Die is stokoud en zij geeft haar klotekasteel niet weg.
Die waren vroeger al stokoud.
Onze wapens zijn stokoud.
Je had 'n kat, Gringo en die werd stokoud.
Ik ben niet stokoud.