Voorbeelden van het gebruik van Tepel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde haar tepel eraf bijten en naar haar spugen!
Hij heeft een mooie tepel.
Mijn bruine tepel zal witte melk produceren.
Geweldig hoe een tepel de kloof tussen tijd en ruimte kan overbruggen.
Het is zijn tepel.
pijn in de tepel.
Hij kon de tepel van een tiet schieten vanop een mijl afstand.
Neem een tepel.
Aanpassen grootte van de tepel.
Je hebt daar een beetje bloed op je tepel.
Niet m'n tepel.
Afrikaansletje wordt vastgebonden aan een hek en tepel gemarteld op de regen.
Zeg dat tegen m'n verdwenen tepel.
Ik kuste z'n tepel.
Ik hoop dat ik hem nooit meer tepel' hoor zeggen.
Dat was m'n tepel.
Ik kan zien waar je tepel zat.
ik hem nooit meer het woord tepel hoef te horen zeggen.
Niet op de tepel.
Wat is dat? Dat is mijn tepel.