Voorbeelden van het gebruik van Truck in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De truck wordt gesmeerd.
Haal m'n truck, vlug.
Truck 81, Ambulance 61,
Daarom verborg ze zich onder de truck.
En hebt de truck gerepareerd.
Heeft hij je de truck gegeven?
De truck was net weg bij Santa Anita met het geld van de Breeders' beker.
De 2e truck op het buittenterrein van Walser.
Deze truck moet weg. Vuur!
De truck was een stuk stront, Larry.
We volgen de truck door het industriegebied.
We denken dat hij met een truck.
Twee negers hebben m'n truck gejat!
We hadden allemaal in de truck moeten zitten.
Ik heb je truck hersteld.
Ze zeiden dat de truck overvallen is door zwaar bewapende schutters.
Wilt u uw truck beschermen tegen kleine beschadigingen bij het rijden onder zware omstandigheden?
Deze oude truck is van mij.
Een truck kan 'n trein niet laten ontsporen?
De truck parkeert hier bij dit dok.