Voorbeelden van het gebruik van Uitgescholden in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik word niet graag uitgescholden, rechercheur.
De scheidsrechter wordt altijd uitgescholden.
Dit doe je alleen maar omdat ik je uitgescholden heb!
Ze wil gewoon niet uitgescholden worden.
Hij had u vast flink uitgescholden.
Hoe ik ben uitgescholden.
Patrick heeft zuster Elisabeth uitgescholden.
Wanneer priesters op straat worden uitgescholden gebeurt dat door de arbeidsters.
Jongens worden ook uitgescholden. Ik snap het.
Leuke vrienden, ze hebben me geslagen en uitgescholden.
Een keer vroeg ze of ze stil wilden zijn en werd ze uitgescholden.
Ze heeft het personeel uitgescholden.
Oom heeft haar uitgescholden.
Hoe heeft ze je uitgescholden?
Heb jij deze klant bedreigd of uitgescholden?
Wordt jij wel eens uitgescholden?
Sorry voor wat ik zei. Sorry dat ik je heb uitgescholden.
We hebben onenigheid gehad en elkaar uitgescholden.
Ik ben uitgescholden.
Als je niks doet… word je uitgescholden omdat je niks doet.