Voorbeelden van het gebruik van Verjagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze willen ons verjagen.
Alle blanken. Blanken verjagen.
Besefte ik dat zelfs hij niet alle monsters kon verjagen.
We beveiligen de sector en verjagen de Taliban.
Hij wil de Fransen uit Napels verjagen.
En ik zal uw demonen verjagen.
Maar ik wilde je niet verjagen.
Maar ik wilde je niet verjagen.
We willen Jarl Borg uit Kattegat verjagen.
Mary, terug met een leger, hem uit zijn koninkrijk verjagen?
Wanneer ze het verenkleed van een volwassen zwaan krijgen, verjagen de ouders de jongen.
Hij kan veel vijanden verjagen.
Ik laat je er niet nog een verjagen.
Een dictator verjagen is één ding,
Demonen verjagen. Nee.
We moeten ze nu verjagen… voordat hun leger van vijftig aanzwelt tot vijfhonderd.
Hij wou haar verjagen zodat hij het huis kon verkopen.
De gouverneur zou ze dit jaar verjagen, maar ze zitten er dus nog.
Morgenvroeg verjagen we die engerds van onze weide.- Neen!
Bij zonsopgang verjagen we die pollenzoekers voor altijd!