Voorbeelden van het gebruik van Villen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zou 1000 gezichten voor je villen.
Dan moet je ze villen.
Villen. Ik zou gevild en opgegeten zijn.
Je moet hem villen, om hem te eten.
Me ophangen, villen, of met me jagen of lunchen.
Je moet me villen om mijn kunst van me af te nemen.
We kunnen nu een eland villen. Je hebt hem keurig neergelegd.
Je moet me villen om mijn kunst van me af te nemen.
En Slagtand… eerst villen… met de slakkenvork.
U levend villen en aan de stadsmuur hangen.
De graaf zou me villen als hij wist van dit verlies.
En Slagtand… eerst villen… met de slakkenvork.
Hij zal het brandoffer villen en in stukken verdelen.
We villen ze als katten en pompen ze vol lood.
Je bent je sheriff aan het scheren en geen konijn aan het villen.
Of m'n jongens villen je levend.
We kunnen je laten villen voor deze aanname.
Het enige dat wil is jou villen.
Laat vallen, of we villen haar.
ik ga een krokodil villen.