Voorbeelden van het gebruik van Vrouwelijk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Was onze jongste maar half zo vrouwelijk.
Misschien is je vrouwelijk gen beschadigd?
Wat vrouwelijk energie in mijn leven.
En, dat is heel vrouwelijk.
We denken aan… vrouwelijk.
Hummel is te vrouwelijk.
Vrouwelijk bloed dat door hun aderen stroomt.
Vrouwelijk gebrabbel?
Vrouwelijk persoon? Ja.
Ik ben vrouwelijk.
Ik ben vrouwelijk.
Omdat ze vrouwelijk was.
Vrouwelijk zelfstandig naamwoord.
Kamiński(vrouwelijk: Kamińska,
Vrouwelijk lichaam met pijlen tekenen.
Gezelschap, vrouwelijk gezelschap. Niet zo.
Ze is nu vrouwelijk.
Ja, ze is vrouwelijk.
Dat snap ik wel. Het is heel vrouwelijk.
Vrouwelijk slachtoffer in stukken gesneden.