Voorbeelden van het gebruik van Wafel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Oké.- En een wafel.
Wie heeft Wally's wafel opgegeten?
Wafel één, dit is Wafel twee.
Nee. Eet je verdomde wafel.
Het is een wafel.
Ik heb je nog nooit een wafel zien eten.
Wafel één, dit is Wafel twee.
dus heb ik een wafel voor haar gemaakt.
Hoe goed kan een wafel nou zijn?
Ik wilde een Belgische wafel.
Neem een wafel.
Ik nam de kip en een wafel.
Bedankt voor de wafel.
Ik heb een Belgische wafel besteld. Huevos rancheros.
Ik wil het morgenochtend in mijn kaneel broodrooster wafel doen.
Eet je klote wafel.
Het is zelfs beter dan een wafel.
Ik ben te verdrietig. Wafel?
Wafel, lieverd?
Hou je wafel. Kom maar met mij mee.