Voorbeelden van het gebruik van Weekendje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wil iemand nog een weekendje Parijs met die boot?
Ons weekendje aan het meer.
Mensen komen een weekendje hierheen om wat foto's te maken.
Jammer dat we dat weekendje weg nooit hebben gedaan. Een arts?
Papa gaat een weekendje met me weg.
Ik ga een weekendje met je mee naar Oahu.
Marge en ik gaan een weekendje naar een bed and breakfast.
Tijdens een weekendje weg heb ik haar ten huwelijk gevraagd.
Een weekendje weg met Beasley?
Niet als je een weekendje op Bob Guccione gaat plassen.
Ik ga een weekendje weg met m'n broer.
Ik ben een weekendje in de stad.
Ik ga een weekendje weg met vrienden.
Zijn ouders gaan een weekendje weg, het kan tof worden.
Weekendje aan zee met Paul Mathesen.
Ik denk dat ik wel klaar ben voor dat weekendje Las Vegas.
je de jet gebruikte voor 'n weekendje met je assistente.
Ik ga een weekendje weg.
Ze was hier een weekendje.
We gaan een weekendje weg.