Voorbeelden van het gebruik van Wonka in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Een hoofd voor Willy Wonka.
Je ziet eruit als Willy Wonka.
En ik ontmoet Willy Wonka.
Zal meneer Wonka je herkennen?
En ik ontmoet Willy Wonka.
Fabriek Geopend Wonka Goed Voor Economie.
Wonka Goed Voor Economie Fabriek Geopend.
Meneer Wonka, wat is dit?
Willie Wonka was de zoon van de beroemde tandarts Wilbert Wonka.
Meneer Wonka, ik ben Violet Beauderest.
Ben ik soms Willy Wonka?
Meneer Wonka we naderen de tunnel.
Meneer Wonka, het is hier bloedheet.
Is het een beetje Willy Wonka?
Willy Wonka heeft je nodig in z'n fabriek.
Meneer Wonka, Sjakie is de enige.
Meneer Wonka, hoeveel kost zo'n eekhoorn?
Meneer Wonka, het is warm hier?
Meneer Wonka, we naderen een tunnel.
Ik heb Willy Wonka altijd willen ontmoeten.