Voorbeelden van het gebruik van Meneer wonka in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Meneer Wonka. We varen naar een tunnel.
We varen naar een tunnel. Meneer Wonka.
Het is hier best warm, meneer Wonka.
Meneer Wonka weet heus wel wat ie zegt.
Meneer Wonka, wat kost me zo'n eekhoorn?
Meneer Wonka, het is wel erg warm hier?
Meneer Wonka, ik geef aardrijkskundeles en ik zeg u.
Ik denk dat meneer Wonka weet waar hij over praat.
Ja, ziet u, meneer Wonka, ik zit namelijk zelf in de notenhandel.
Ziet u, meneer Wonka, ik zit namelijk zelf ook in de"noten".
Meneer Wonka, ik weet niet
Meneer Wonka, ik weet niet of u me nog kent, maar ik heb hier nog gewerkt.
Meneer Wonka, ik weet niet of u me nog kent… maar vroeger werkte ik in de fabriek.
Meneer Wonka, ik weet niet als je me nog herkend… maar ik heb hier op het fabriek gewerkt.
Dan weet u ook wat een verschrikkelijk land het is. Meneer Wonka, ik geef aardrijkskundeles en ik zeg u.
Dan weet je ook wat voor een vreselijk land het is. Meneer Wonka, ik onderwijs aardrijkskunde en ik weet.
De diefstal nam zulke grote vormen aan, dat op een dag… meneer Wonka al zijn werknemers naar huis stuurde.
De diefstal werd zo erg,… dat meneer Wonka op een dag… tegen al zijn arbeiders zei dat ze naar huis moesten gaan.
Het stelen werd zo erg… Meneer Wonka tegen zijn werknemers zei dat ze naar huis mochten gaan. dat op een dag, zonder waarschuwing.
Prins Pondicherry schreef een brief aan meneer Wonka… en een groot paleis van chocolade voor hem te bouwen.