Voorbeelden van het gebruik van Meneer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, meneer, wij zijn cowboys op de vlucht.
Meneer Yau moest gaan werken.
Het is meneer Joyce z'n zoon.
Meneer, in deze stad ben ik de wet.
In een wasmand, meneer.
Verkocht aan die meneer uit Quahog, Rhode Island.
Meneer Martin?- Wie is daar?
Meneer DNA waar kom jij vandaan?
Meneer Frodo. Bent u in orde?
Meneer is de naam van m'n oomvader.
Hallo meneer, kunnen we u een paar vragen stellen?
Ik zoek meneer Zuno Arce.
Naar het zuiden, meneer.
Meneer, ze is gek.
Dat is meneer Wataya's dochter.
Meneer Gaston de Sallanches heeft uw verblijf voor acht dagen betaald.
Meneer Reynolds, ik heb u gevraagd op te houden.
Meneer de advocaat. Dank u wel!
Meneer, wakker worden Alsjeblieft meneer! .
Onmogelijk. Meneer McGuinn betrapte Donald bij het drinken van de miswijn.