Voorbeelden van het gebruik van Wraak in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geef de wraak niet op.
Hoe krijgen we onze wraak op Sneeuwwitje en Prins Charming?
Voel de wraak van de Hamer!
Hij is een geschenk van God voor onze wraak.
Wraak is een aannemelijk motief.
Je hebt je wraak.
Hier is je wraak, Crichton. Doel in zicht.
Dit is wraak voor zijn dood.
Je wilt wraak voor Laurel, maar dat is lastig.
Ik breng Gods wraak en het Yorkse leger voor Henry Tudor.
Hij moest het laten lijken op een supersoldaat die uit was op wraak.
Goedemorgen, mijnheer de president. Wraak.
Wraak? Op Alfred.
Winnen, Gene. Wraak de dood van papa.
Je hebt wel je wraak.
Ik weet dat je wraak wilt voor Laurel, maar zo simpel is het niet.
Hier is je wraak, Crichton. Doel in zicht.
Wraak omdat wij de Chinezen aanvielen.
De wraak van Dudley!
En ik heb mijn wraak.