Voorbeelden van het gebruik van Zijdeur in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Op de voordeur en op de zijdeur.
Wij gaan langs de zijdeur.
Je moet die zijdeur op slot doen.
Violisten heren door de zijdeur, alsjeblieft.
De sleutel waar'zijdeur' op staat.
Via de zijdeur en dan de hoek om.
Ik ging naar de zijdeur en schoof de deur open.
En zelfs de camera. Van die zijdeur… tot de indeling, tot waar hij kon lopen.
We zoeken een zijdeur. Oké, El.
Rapport waaruit blijkt dat Hammond's zijdeur open was?
Laat hem via de zijdeur binnen.
Wij nemen de zijdeur.
Hoewel ik je zou kunnen vragen om vandaag langs de zijdeur te vertrekken.
Ga naar de zijdeur.
Ik open de zijdeur.
Ik zag je door de zijdeur binnensluipen.
We kunnen naar de zijdeur.
Je kunt via de zijdeur naar binnen.
Daarom nam hij de zijdeur niet.
Achterdeur? Of zijdeur?