Voorbeelden van het gebruik van Zijn naam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We hebben zijn naam en adres nodig.
Vraag haar naar zijn naam.
Blijkbaar, is zijn naam ook Mikhail Kuzanov. Wat?
De man zijn naam is Greg.
Je schreeuwde zijn naam in je slaap.-Wat?
Je weet zijn naam.
Het staat op zijn eigendom, op zijn naam.
Nee. Zijn naam is Leland Darby.
Ik heb zijn naam vervalst.
Wat is zijn naam?
In deze periode latiniseerde hij zijn naam.
Weet je hoe hij aan zijn naam komt?
Zelfs zijn naam niet.
Geef me zijn naam en adres.
Zijn naam is Jean.
De Chinese maankalender is, ondanks zijn naam, een lunisolaire kalender.
Koop het in zijn naam.
Zijn naam duikt op bij 'n aantal onderzoeken naar bomaanslagen.
Zijn naam, zijn fortuin en zijn liefde… met eer. Hij gaf haar alles.
We claimen dit land in Zijn naam.