Voorbeelden van het gebruik van Zuiplap in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij is een zuiplap.
Pak ons dan, ouwe zuiplap.
Het is een zuiplap.
Paul was een zuiplap.
Houd je kop, zuiplap!
Dikke zuiplap.
Bob Nash is een zuiplap.
Hij is een zuiplap.
Wacht, man! Wat is dit voor een truc, zuiplap?
Bruno de zuiplap.
Hij is een zuiplap.
Je bent 'n zuiplap.
Je bent 'n zuiplap met bevoegdheid.
Hij was een zuiplap.
Het was een zuiplap.
Stomme zuiplap.
Is hij een zuiplap?
Haar vader is een zuiplap.
Hij noemt me een tonnetje en een zuiplap.
Henry's vader was een zuiplap.