Voorbeelden van het gebruik van Aangekleed in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Elke verdieping zal worden aangekleed in verschillende thema's.
Angela stond erop dat alle dieren volledig aangekleed waren.
Ik ben nog niet aangekleed.
Waardigheid nog worden aangekleed met decorum.
Maar we krijgen de poppen nooit op tijd aangekleed.
Alle kamers zijn smaakvol aangekleed met modern meubilair.
Ik ben tenminste aangekleed.
Hij is aangekleed.
Freddie was vanavond mooi aangekleed.
Heb ik haar weer aangekleed.
Alles is met zorg en liefde aangekleed en gezellig gemaakt.
Angel, ik hoop dat je aangekleed bent.
En jij bent aangekleed.
Waarom heb je een jongetje gestolen en hem aangekleed als meisje?
warm aangekleed en zeer ruim.
Nee, ik ben niet aangekleed.
Ik ben niet aangekleed.
Leuk aangekleed.
Alles oogt goed verzorgd en met liefde aangekleed.
De dames worden door een kleedster in kimono aangekleed.