AANGEKLEED - vertaling in Duits

Angezogen
aantrekken
dragen
aankleden
aandoen
aan te trekken
kleren
doen
aanscherping
omdoen
aandraaien
umgezogen
verhuizen
omkleden
verkleden
aankleden
om te kleden
verplaatsen
verhuist
kleed
verhuizing
verhuis
gekleidet
kleden
kleding
kleed
oblitsovyvaiut
fertig
klaar
gereed
kapot
afmaken
afronden
afgewerkt
voltooid
uitgepraat
gemacht
doen
maken
gaan
nemen
geven
zetten
zijn
waardoor
Schlafanzug an
pyjama aan
aangekleed
Anziehen
aantrekken
dragen
aankleden
aandoen
aan te trekken
kleren
doen
aanscherping
omdoen
aandraaien

Voorbeelden van het gebruik van Aangekleed in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Jullie zijn nog niet aangekleed?
Seid ihr noch nicht fertig?
Waarom ben je niet aangekleed?
Wieso hast du dich nicht umgezogen?
Waarom ben je nog niet aangekleed?
Warum hast du noch deinen Schlafanzug an?
Waarom heb je een kleine jongen gestolen… en hem aangekleed als een klein meisje?
Warum solltest du einen kleinen Jungen klauen,… und ihn wie ein kleines Mädchen anziehen?
M'n buurman heeft m'n strik gedaan maar ik heb mezelf aangekleed.-Niemand.
Niemand. Mein Nachbar hat die Fliege gebunden, den Rest habe ich gemacht.
Was ze aangekleed toen je seks met haar had?
War sie angezogen, als ihr Sex hattet?
Ik ben er zelfs nog niet voor aangekleed.
Ich bin nicht gerade dafür gekleidet.
Waarom ben je niet aangekleed? Eindelijk?
Na endlich. Warum bist du nicht fertig?
Waarom ben je nog niet aangekleed?
Warum bist du nicht umgezogen?
We eten aangekleed.
Anziehen beim Essen.
Vond ik mijn moeder aangekleed in bad. Ooit….
Fand ich meine Mutter angezogen in der Badewanne. Einmal.
De synagoge is in het wit aangekleed.
Die Background-Tänzer sind auch in weiß gekleidet.
Waarom ben je niet aangekleed?
Warum bist du noch nicht umgezogen?
Antonio, ben je aangekleed?
Antonio, bist du fertig?
stuk voor stuk fraai aangekleed.
abwechslungsreich und alle gut gekleidet.
Ik ben niet aangekleed, pa.
Ich bin nicht angezogen, Papa.
Teddy?-Ben je aangekleed?
Teddy?- Bist du umgezogen?
Ik ben niet aangekleed.
Ich bin nicht fertig!
De lievelings pop kan helemaal in stijl worden aangekleed.
Die Lieblingspuppe kann stilvoll gekleidet werden.
Jij komt zodra Maddie is aangekleed.
Ihr kommt runter, wenn Maddie angezogen ist.
Uitslagen: 484, Tijd: 0.0584

Aangekleed in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits