Voorbeelden van het gebruik van Acteur in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zijn zoons John en Andy Prosky zijn ook acteur.
Nee, ik ben geen acteur.
Is dat gezond voor 'n acteur?
Johnny jr. en Ellissigne zijn eveneens acteur.
En ik ben een acteur.
Is dat gezond voor 'n acteur?
Haar ouders zijn beiden acteur.
Mijn vader was acteur.
Voor de eerste keer had ze contact met een acteur die niet sprak.
Waarin mensen hun potentie als acteur ontdekken.
Vader, ik ben een acteur.
Wow, een acteur.
Maar jij bent acteur.
Slechts de helft was acteur.
Terry, dat was Richard Mansfield, de acteur.
Ik werk mee als acteur.
Blake Barton wil acteur worden.
Ik ben acteur.
Nee, Jorge is de acteur.
We wilden allemaal acteur worden.